“Hofleverancier: een titel om trots op te zijn”

Meerdere leden van Royal FloraHolland hebben het predicaat Hofleverancier. Wat betekent dit voor hen en voor de coöperatie, die zelf het predicaat Koninklijk heeft?

Bezoek van de Commissaris van de Koning en de burgemeester. Twee generaties Stolk op het podium. En een zaal vol familieleden, medewerkers, klanten en leveranciers. Het was op vrijdag 13 maart 2026 groot feest in Bergschenhoek. Anthuriumkweker Stolk Brothers ontving toen het predicaat Hofleverancier ter ere van het 100-jarig bestaan. Het wapenschild met daarop ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ pronkt inmiddels naast de ingang van het bedrijf, dat in 1925 werd opgericht door sla- en komkommerkweker Henk Stolk.

Onbesproken gedrag

Hofleverancier word je niet zomaar. Je kunt het predicaat krijgen wanneer je als klein of middelgroot bedrijf 100, 125 of een veelvoud van 25 jaar bestaat én een vooraanstaande plaats inneemt in de regio. Ook moeten het bedrijf en de bestuurders van onbesproken gedrag zijn. Het predicaat is een teken van respect en waardering. Het betekent niet dat er een zakelijke relatie met het Koninklijk Huis bestaat. Bedrijven kunnen het predicaat zelf aanvragen of worden voorgedragen.

Bij Stolk Brothers duurde het proces ruim een half jaar. “Heel je doopceel wordt gelicht”, vertelt David Stolk met een grijns. Samen met broer Pieter is hij de vierde generatie die het bedrijf leidt.

“De arbeidsinspectie en financiële toetsingscommissies kwamen langs om met medewerkers te spreken en cijfers te bekijken. Dat we het predicaat hebben gekregen, toont aan dat er door de generaties heen gezonde en verantwoordelijke bedrijfsvoering is geweest. Daar zijn we dankbaar voor!”

Bovenal vindt David het een mooie erkenning. “Hofleverancier klinkt waardig, het is een erkenning voor waar je dagelijks mee bezig bent en bent geweest. Die trots en dankbaarheid zag ik op de dag van de uitreiking ook bij mijn vader en oom.”

‍

“Dit predicaat is een waardering voor alle generaties”

Op de foto’s de familie hofland &  stolk brothers

Koninklijke coöperatie

Royal FloraHolland werd zelf in 2011 Koninklijk, bij het 100-jarig bestaan. Dit predicaat kan worden behaald door verenigingen, stichtingen, instellingen of grote ondernemingen. Royal FloraHolland kreeg de titel vanwege de betekenis voor de sierteeltsector en de Nederlandse economie op het gebied van werkgelegenheid en innovatie, alsook de sterke internationale uitstraling. Het is een mooie erkenning voor wat generaties kwekers sinds 1911 samen hebben opgebouwd. En tegelijkertijd het bewijs dat een coöperatie een krachtige samenwerkingsvorm is.

Sinds 2016 staat er ‘Royal’ in de naam en een kroontje in het logo. “Dat een coöperatie zo lang bestaat, bewijst dat we diepgeworteld zijn in de maatschappij. Daar moeten we trots én zuinig op zijn”, zegt David Stolk.

Dat vindt ook Annemiek Hofland van Hofland Flowering Plants uit Naaldwijk. De kwekerij kreeg in 2024 bij het 125-jarig jubileum het predicaat Hofleverancier. “Oprichter Jan Hofland, mijn betovergrootvader, was ook bij de oprichting van de eerste coöperatieve bloemenveilig betrokken. Dat is uitgegroeid tot Royal FloraHolland. Dat zowel de veiling als ons eigen bedrijf een predicaat hebben, is bijzonder”, aldus Annemiek.

Erkenning voor vijf generaties

Annemiek en haar broer Frank zijn de vijfde generatie. “Of we zakelijk iets aan het predicaat hebben, betwijfel ik. Wij zien het vooral als erkenning voor vijf generaties ondernemerschap. Het mooie is dat mijn opa heeft meegeholpen met de aanvraag voor dit predicaat. Hij heeft alle generaties gekend, het was zijn opa die het bedrijf begon. Via hem zijn alle generaties verbonden aan het Hofleverancierschap. Helaas is hij vorig jaar overleden, maar we zijn dankbaar dat hij dit nog mocht meemaken.”

Het predicaat brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. “Je kunt het ook weer kwijtraken, wanneer je je vooraanstaande positie verliest of niet meer van onbesproken gedrag bent. Maar los van het predicaat willen wij sowieso graag een gezond bedrijf doorgeven aan de volgende generatie”, besluit Annemiek.

‍