Floratalk

Volgende stap in transparantie over duurzaamheid

“Familiebedrijven ruggengraat van de coöperatie én economie”

Jan de Ruyter

ABN AMRO

De sierteeltsector blijft onverminderd belangrijk voor de Nederlandse economie, stelt sectorexpert Jan de Ruyter van ABN AMRO. Familiebedrijven spelen daarbij nog altijd een cruciale rol en zijn volgens De Ruyter ook de ruggengraat van het 115-jarige Royal FloraHolland.

Als kind ging Jan de Ruyter vaak met zijn vader mee. Die werkte op de bloemenveiling in Beverwijk. “Op zondagavond kwamen er vrachtwagens met Israëlische bloemen. Ik hielp lossen. Nog altijd als ik bij de veiling of een handelsbedrijf kom, herken ik die specifieke geur. Dat brengt me meteen terug naar vroeger”, zegt de Sector Expert Plantaardige Sectoren.

De sector heeft De Ruyter nooit losgelaten. Zijn profes­sionele carrière speelde zich altijd af op het snijvlak van financiële dienstverlening, risicomanagement en de agrarische ketens. De Ruyter heeft dan ook een goed beeld van hoe de sierteeltsector ervoor staat. “De sierteeltsector is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie. De export, voornamelijk binnen Europa, draagt bij aan een positieve handelsbalans.”

Vooruitstrevend

“Daarnaast biedt de sector veel werkgelegenheid in het totale handelscluster: van kwekers en veredelaars tot transporteurs, technologiebedrijven, handel en retail”, vervolgt De Ruyter. “Die brede basis stimuleert innovatie; de sector is echt vooruitstrevend op het gebied van duurzaamheid en technologie. Daarnaast dragen bloemen en planten bij aan een gezonde leefomgeving en sociale verbinding. Dat aspect wordt vaak onderbelicht.” De buitenwereld ziet het belang van de sierteeltsector volgens De Ruyter nog te weinig. “De sector is op dat vlak laat wakker geworden, maar wel bezig met een inhaalslag. Met transparantie door certificering en data kan steeds beter worden aangetoond dat bloemen en planten op een goede manier zijn gekweekt. Kritische geluiden kunnen worden weerlegd met feiten en cijfers, al speelt er ook veel emotie bij de impact van gewasbescherming”, aldus De Ruyter, die onderdeel is van de werkgroep Footprint Voedsel en betrokken was bij de totstandkoming van FloriPEFCR, de uniforme Europese standaardmethode die de milieu-impact van de sierteelt berekent.

Sterk dankzij familiebedrijven

Royal FloraHolland is voor De Ruyter een belangrijke gesprekspartner. Dat de coöperatie al 115 jaar bestaat, is een mooie prestatie. “Niet in elke sector lukt het om zo’n sterke, weerbare coöperatie neer te zetten. Royal FloraHolland is een sterk logistiek knooppunt, en draagt sterk bij aan de strategie van de sector. De coöperatie geeft richting aan de sector, maar moet wel zorgen voor draagvlak bij de leden. Vanuit mijn rol als bankier vind ik ook de betalingszekerheid voor de leden belangrijk die mogelijk wordt gemaakt door de dienstverlening van de coöperatie.” De familiebedrijven vormen nog altijd de ruggengraat van de sierteeltsector, ziet De Ruyter. “Familiebedrijven hebben grote weerbaarheid en een groot aanpassingsvermogen. Beslissingen worden weloverwogen genomen en zijn gericht op de lange termijn in plaats van snel gewin. Dat vinden wij als bank fijn, maar het past ook goed bij de sector én de coöperatie. Omdat families ondernemen voor eigen resultaat en risico, is de betrokkenheid groot. Mede door de familiebedrijven bestaat Royal FloraHolland al zo lang, dat durf ik wel te stellen.”

Voor nieuwe generaties liggen er uitdagingen, maar ook kansen. De Ruyter: “Als sierteeltondernemer moet je je met steeds meer zaken bezighouden. Duurzaamheid, AI, data-analyse, cybersecurity, gewasbescherming… Dat is complex, maar er ontstaan ook nieuwe functies die het voor eventuele opvolgers juist interessant maken. Ik zie nog genoeg kansen voor opvolgingen binnen familiebedrijven, soms in combinatie met management van buiten de familie. Mede daardoor zie ik de toekomst van de sierteeltsector én van Royal FloraHolland rooskleuring in. Zeker als de sector nog beter kan aantonen welke stappen er allemaal worden gezet rondom het beperken van de milieu-impact én dit ook actief gaat delen.”