Samore Flower Farm:

Inclusief ondernemen
in Ethiopië

De Nederlandse kwekers Alexander, Mathieu Barendse en Rene van Dijk zijn grootaandeelhouders van Samore­ Flower Farm. In Ethiopië bewijzen ze dat commercieel succes en inclusiefondernemen samengaan. “Een onder­neming opzetten is de beste vorm van ontwikkelingssamenwerking.”

Mathieu Barendse stapte zo’n 20 jaar geleden op het vliegtuig richting Oost-Afrika. “Mijn broer Alexander en ik kweken Freesia’s in ’s-Gravenzande”, vertelt Mathieu. “We zochten een extra plek om Freesia’s te telen. Vanwege het klimaat dachten we aan Ethiopië of Kenia. Dus nam ik het vliegtuig. Ik had geen plan, alleen vier telefoonnummers.” In Ethiopië liep hij Ronald Vijverberg tegen het lijf. Het klikte meteen. In 2007 zetten ze Samore Flower Farm op. Samrawit Moges is de Ethiopische partner. De kwekerij ligt 20 kilometer boven hoofdstad Addis Abeba, op 2.700 meter hoogte. “Logistiek een topbestemming, ook door de directe vluchten naar Nederland en België. Alleen bleken Freesia’s daar moeilijk te telen. Toen zijn we overgestapt op Statice en Alstroemeria, zegt Mathieu.

Kansen voor vrouwen

Naast het productaanbod heeft ‘Social responsibility’, net als bij veel andere bedrijven in Afrika, een belangrijke plek binnen de bedrijfsvoering van Samore Flower Farm. De kweker zet zich in voor de lokale gemeenschap. Zo bouwde Samore een school voor jonge kinderen. Ook wordt volop geïnvesteerd in de lokale infrastructuur en worden buren voorzien van water en elektriciteit. Daarnaast creëert Samore werkgelegenheid voor zowel mannen als vrouwen. Van de 450 medewerkers zijn er 280 vrouw. Mathieu: “Dat komt vooral door onze compagnon Samrawit. Zij is een Ethiopisch-Amerikaanse vrouw die zich enorm inspant voor de positie van de vrouw. De rolverdeling in Ethiopië is vaak nog traditioneel. De vrouw is erg afhankelijk van de man. Door hun werk voor ons zijn ze financieel zelfstandiger en maken ze een persoonlijke ontwikkeling door. ” Een klein deel van de medewerkers is doofstom.

“In Ethiopië is er geen socialezekerheidsstelsel. Mensen met een beperking belanden vaak op straat. Wij geven deze mensen graag een kans; vanuit ons hart, omdat we inclusiviteit enorm belangrijk vinden. We laten daarmee ook zien dat sociale betrokkenheid en commercieel succes hand in hand kunnen gaan.” Mathieu vervolgt: “Lokaal ondernemen is de beste manier van ontwikkelingssamenwerking. Op deze manier laat je mensen zelf werken aan hun toekomst. Dat is veel duur­zamer. Ik ben een nuchtere Westlander, maar wat we allemaal hebben neergezet in Ethiopië, daar ben ik serieus trots op. Ieder kwartaal, als ik er ben, zie ik wat dit werk doet met de mensen, dat raakt me echt.”

Onterechte vooroordelen

Er klinkt weleens kritiek op Afrikaanse kwekerijen, die slecht met medewerkers zouden omgaan. “Er zijn veel vooroor­delen en ongenuanceerde meningen. Dat stoort me enorm”, zegt Mathieu, ineens een stuk feller dan eerder in het gesprek. “In Nederland heerst vaak een gevoel van: in Afrika kan alles; je kunt eindeloos chemische gewasbeschermingsmiddelen spuiten en mensen slecht behandelen en onderbetalen. Dat is de reinste onzin! Wij moeten ook aan allerlei wettelijke eisen voldoen en hebben meerdere certificaten. Ik durf zelfs te zeggen dat de regels in Ethiopië nog strikter gehanteerd worden dan in Nederland. Wij zorgen goed voor onze mensen. Zij zijn blij met ons, met het werk dat ze doen en het salaris dat ze krijgen. Ik hoop dat mensen die zonder na te denken iets roepen over Afrikaanse kwekerijen door dit verhaal anders hiernaar kijken.” Samore Flower Farm is volledig lid van Royal FloraHolland. Mathieu: “We maken gebruik van alle faciliteiten, inclusief Floriday. De bloemen uit Ethiopië komen vier tot vijf keer per week binnen bij Dock Service in Aalsmeer. Daarna komt het naar ons bedrijf in ’s-Gravenzande. Hier verwerken we alles voor onze klanten, voornamelijk groothandels en retailers. De helft van onze tijd zit in Barendse Freesia, de andere helft in Samore Flower Farm. Ik vind het niet meer dan logisch dat we met beide bedrijven lid zijn van Royal FloraHolland. Samen moeten we een sterke coöperatie vormen, juist ook met Afrikaanse kwekers. Daar profiteren we allemaal van.”