Leden aan het woord

Dankzij welke innovaties is jouw bedrijf toekomstproof?

De wereld waarin we kweken verandert snel. De teelt moet duurzamer en slimmer. Personeel is schaars en kostbaar in Nederland. Tegelijkertijd verwacht de consument nog steeds een perfect product voor een liefst niet al te hoge prijs. Hoe houd je je bedrijf in die wereld rendabel? In gesprek met drie kwekers over een ingrijpende, onverwachte of intrigerende vernieuwing op hun bedrijf: wat is ervoor nodig om het te laten werken? Wat levert het op? En: hoe zien zij de toekomst?

AAN HET WOORD

Paul van Holstein

Holstein Flowers

Paul van Holstein is commercieel directeur en de derde generatie in het familiebedrijf Holstein Flowers. Innovatie is wat hem betreft geen luxe, maar een absolute must. Wie niet slimmer produceert, delft op een bepaald moment het onderspit.

“Wij zijn als bedrijf altijd met innovatie bezig. De reden is simpel: je kunt in deze snel veranderende markt gewoon niet meer stil blijven staan. Hard werken en veel uren maken – zoals mijn vader en ooms altijd deden – is niet meer genoeg om het bedrijf in de lucht te houden. Je moet mee. Dat innovatie niet altijd primair om automatisering draait, lieten we het afgelopen jaar zien. Samen met Royal FloraHolland en andere kwekers ontwikkelden we de nieuwe meermalige bloemenemmer Fc555.

Wij leveren onze bloemen voor een groot deel rechtstreeks aan de klant. Het voordeel is dat we daardoor ook uit eerste hand feedback krijgen. Steeds vaker vroegen klanten of het verpakken duurzamer kon. Met name de kartonnen kragen die we gebruikten, waren een doorn in het oog. Toen hebben we de zaag gezet in bestaande emmers. Zo kwamen we tot het prototype voor de Fc555. Samen met de coöperatie

en onze productgroep ontwikkelden we de emmer verder. Later bleek de emmer ook een oplossing voor andere snijbloemenkwekers. Inmiddels is de Fc555 volop in gebruik. En een mooi bijeffect is dat we door deze versimpelde, uniforme verpakking makkelijker kunnen automatiseren.  

Als je hier over een paar jaar binnenloopt, dan zie je een bloemenfabriek: de verwerking en handling gaat dan vol­automatisch. Het proces daarnaartoe doen we in kleine stappen. We monitoren steeds of een innovatie zich terugbetaalt. Bij de gerberateelt blijven waarschijnlijk altijd wel relatief veel mensenhanden nodig. Maar ook op die medewerkers heeft auto­matisering een positief effect: het zorgt hopelijk voor meer rust en minder belasting tijdens de pieken.

Door al die technologie vergeet je bijna waar het echt om gaat: onze gerbera’s. Ook op dat vlak vernieuwen we. Kijk maar naar onze unieke chocoladekleurige gerbera Chocoloco. Die kwam zomaar ineens op tussen onze andere rassen. Dat past bij de oorsprong van ons bedrijf, waarbij we door zelf te veredelen tot ons unieke assortiment kwamen. Tja, de natuur blijft je verrassen.”

Bloemenemmer
Fc555

AAN HET WOORD

Peter Smak

Smak Tulips BV

“Duurzamere alternatieven zijn de meest toekomst­bestendige optie.”

Peter Smak is mede-eigenaar van Smak Tulips BV. Het bedrijf is nauw betrokken bij een pilot met de tulpen­selectierobot. En sinds afgelopen jaar gebruikt Smak Tulips de innovatieve techniek ULO (Ultra Low Oxygen) om de galmijt uit de bollen en het plantgoed in opslagcellen te houden.

“Ondernemen is voor mij: steeds scherp bovenop actuele ontwikkelingen zitten. Want onze markt en wereld ver­anderen continu. Daar moet je altijd op bedacht zijn. Je kunt niet pas gisteren starten met een vernieuwing; dan ben je te laat. In dit geval was het probleem: de galmijt. Een gigantisch risico voor onze teelt. Daar komt bij dat steeds meer chemie wegvalt. Duurzamere alternatieven zijn de meest toekomstbestendige optie. Als je daar niet op voor­bereid bent, sta je als ondernemer met je rug tegen de muur.  

We hebben in het verleden ook andere proeven gedaan rond de galmijt. Met ULO zijn we vorig jaar gestart. Daar heb je speciale luchtdichte cellen voor nodig. Wij hebben twee van die cellen, die we gebruiken voor leverbare bollen en plantgoed. Vervolgens hebben we veel met andere kwekers gepraat en proeven op dit vlak gevolgd. Met ULO is het namelijk zoeken naar de juiste balans. Je zorgt er met deze behandeling eerst voor dat het zuurstofgehalte in de cel onder de 1% komt. Dat percentage behoud je voor 24 uur. De mijt is dan dood, maar er zijn nog wel eitjes. Daar willen we natuurlijk ook vanaf. Inmiddels weten we dat we de behandeling na acht dagen nog een keer moeten doen. Dan zijn de cellen in principe schoon van galmijt.  

Hoe besluit je om zoiets als ULO te doen? Tja, het is een tonneninvestering. Maar daar tegenover staat dat de schade door galmijt in de miljoenen kan lopen. Dan snap je: de keuze is snel gemaakt. En daarbij is het voor de hele sector geweldig dat tulpen in de toekomst volledig vrij van residu in de schappen liggen.”

“Samen kom je tot de beste oplossingen.”

Friso van der Kruk is teeltspecialist bij OK Plant. Zo’n drie jaar geleden ging hij – op aanraden van bedrijfseigenaar Rob Olsthoorn – in gesprek met Corvus Drones. Inmiddels vliegt er dagelijks zo’n zwart ‘ufo-apparaat’ door een deel van de kas.

“Hoe eerder je bij trips bent, hoe kleiner de infectie. Snel schakelen is dus ontzettend belangrijk. Tot voor kort controleerde een team van mensen onze 10 hectare aan planten wekelijks visueel op trips. Maar dat is geen houdbare situatie: het is arbeidsintensief en personeel is lastig te vinden en bovendien duur. Daarom startten we drie jaar geleden met een pilot met een drone. De drone moet de verdenking op trips eruit halen, zodat wij gericht kunnen behandelen.

De eerste periode stond in het teken van onderzoek, op 4,5 hectare. Normaal vliegt een drone op GPS, maar dat werkt door de staalconstructie niet in de kas. Daarom hangt er nu in iedere hoek een QR-code. Door die codes weet de drone wat zijn positie is. Jammer genoeg hadden we dat eerste jaar geen enkele trips-infectie. Ja, voor het bedrijf is dat fijn, maar voor het onderzoek minder. De drone maakt namelijk foto’s, en die foto’s worden door software met AI geanalyseerd. Maar die software moet dan wel leren hoe een trips-infectie op onze planten eruitziet. In het begin signaleerde de software regelmatig trips, terwijl er geen trips was. Misschien ook niet zo gek; we hebben zo’n honderd verschillende soorten orchideeën. Het ene blad is glad, weer een ander heeft een patroontje of een bobbeltje. Die ruis moest er dus eerst uit.  

We doen dit onderzoek samen met anderen, onder andere Ter Laak Orchios en Opti-Flor. Dit soort grote ontwikkelingen kun je niet alleen doen. Je hebt elkaar nodig om het goed te laten werken. Dan kun je de kosten verdelen en je leert van elkaar. Op dit moment werkt de drone al heel goed: zo’n 85% van de trips-signaleringen in de software is ook echt trips.

Natuurlijk kan het nog beter, daar testen we nu mee. Wanneer we helemaal tevreden zijn, breiden we de taken van de drone misschien wel uit. Maar eerst maar eens hier de puntjes op de i zetten.”

AAN HET WOORD

Friso van der Kruk

OK Plant