“Een coöperatie is voor iedereen, maar persoonlijk gaat het me niet snel genoeg met verduurzamen. Certificering is alleen opschrijven wat je doet, je wordt er niet snel duurzamer van. Het is een goede eerste stap in bewustwording en vergelijken. Daarnaast zou er meer positieve stimulering en erkenning moeten zijn voor de koplopers. Maar of de coöperatie harder moet optreden qua certificering? Dat vind ik niet. Dat moet meer vanuit de markt komen. Wat voor mij de hoofdrol van de coöperatie is, is het gezamenlijk aanbod wat we hier creëren. Dat is uniek. Daarbij hoort ook het afhandelen van het proces: de distributie, het aanbod, de administratie. En omdat het centraal goed geregeld is, verloopt het proces efficiënt.
Dat geeft ruimte voor het eigen bedrijf. Voor mij is dat de grootste toegevoegde waarde van het lidmaatschap, maar ik zie ook de waarde in initiatieven zoals de FloraHolland productcommissie (FPC) Orchideeën. Het gezamenlijk optrekken, onderzoek doen en promotie regelen. Het is mooi dat Royal FloraHolland dat faciliteert, daarin merk je echt dat we ‘samen in onze coöperatie’ zitten. Royal FloraHolland mag de toegevoegde rol van de coöperatie nog duidelijker communiceren, dat creëert ook meer draagvlak. In welke lobbyonderwerpen zijn ze actief of welke rol vervult de Ledenraad? Daar heb ik nu weinig kennis van. Dat kan ook van twee kanten komen, misschien verdiep ik mezelf daar ook niet genoeg in. Ook in de toekomst zie ik zeker een rol voor de coöperatie, het faciliteren van het proces zoals nu zal blijven bestaan. Met extra focus op het digitale platform en het verder optimaliseren van de processen. Kwekerijen worden steeds professioneler, dus de eisen aan Royal FloraHolland zullen ook hoger worden.”